Zoeken

“Bousov op het eiland“, zoals de stad ook wel wordt genoemd vanwege het grote aantal vijvers, ligt aan de zuidelijke rand van het Boheemse Paradijs (Český ráj) in een schitterend landschap dat zich uitstrekt in de ondiepe vallei van het riviertje de Klenice.

De geschiedenis van Dolní Bousov is door archeologen gedocumenteerd vanaf de vroege en late steentijd en de bronstijd. Het eerste geschreven bericht stamt uit het jaar 1318, waarin Ctibor van Búsovec genoemd wordt en in 1330 komt de naam Bús van Bousov voor, waarschijnlijk de stichter van het fort op de heuvel achter de parochie (nu de Vestingstraat - “Na tvrzi”). Van 1446 tot 1848 behoorde de regio Bousov tot het landgoed Kotecký. De stad bloeide op aan het eind van de 16e eeuw onder het geslacht Lobkowicz (Lobkovicové), dat zorg droeg voor de economische groei van het Kostecký landgoed. Dolní Bousov kreeg stadsrechten rond het jaar 1497. In het jaar 1600 kreeg de stad het stadsmerk van Keizer Rudolf II en het recht om het zegel van groene was te gebruiken. De welvaart duurde ook na de 30-jarige oorlog voort, toen het geslacht Czernin (Černínové) regeerde. In de loop van de tijd kreeg de stad zes jaarmarkten, en ambachtslieden uit Dolní Bousov en omgeving richtten hun eigen gildes op. In de omgeving van de stad zijn ongeveer 30 vijvers aangelegd, vandaar dat men vaak spreekt over „Bousov op het eiland”.


Informace o trase

 
load